Home

 

Nieuws

 

Agenda

 

Cursus aanbod

 

Informatie

 

Wedstrijden

 

Examens

 

Kynologen Club Amsterdam

Medewerkers

 

Van onze leden

 

Jump-a-jump

 

Beer moet één jaar geweest zijn. De broodnodige puppy- en gehoorzaamheidscursussen achter de rug was het tijd om iets voor de ontspanning te doen met een Westie die barst van de energie.

Doggy dance?

Mm. Apporteercursus hoeft niet, Het Parool brengt hij al.

YouTube bracht uitkomst.

Kijk aan, daar liep ene Rontti, een Westie uit Finland, foutloos een parcours!

 

Beer, dat gaan wij ook doen, riep ik opgewekt. Ik zie het helemaal voor me: jij wacht rustig voor de eerste sprong, ik roep hoog, daarna vooruit, doe een Franse draai en wijs je de weg naar de schutting om via de tafel na gewacht te hebben door de tunnel de kattenloop te nemen, keurig die raakvlakken, gevolgd door de breedtesprong. En dan roep ik Paaaaaltjes. Fluitje van een cent. Hooguit een kwestie van een seconde of 30. Jump-a-jump, jump-a-jump.

 

Wij gaan wedstrijden lopen. Eerst bij de debutanten en dan gaat het vanzelf. Je zult zien, voordat jij en ik het weten, zitten wij in een tentje te wachten tot wij aan de beurt zijn. Ik hoor de toeschouwers al: ‘Kijk, daar gaat Beer. Let maar op, die zit zo in de C-klasse’. Enige trots kwam al over mij.

 

 

 

Wij spreken bijna twee jaar geleden. Toen begon het allemaal. Nog niet bij KCA, maar Beer kreeg snel de smaak te pakken. Heerlijk vond hij het. Kwispelstaartend racete hij over de kattenloop en ook ik werd geïnfecteerd door behendigheid. Trots als een pauw was ik als hij weer een obstakel onder de knie kreeg. En zelf viel er veel te leren. Wanneer doe ik een Belgische draai of die Franse. Het kwam er goed en wel op neer hoe word je een goede handler. Ik hoor Inge Thie nog zeggen: ‘Wij zitten hier niet op vliegles. Dat is een andere cursus’. Mijn handen willen namelijk nog weleens wapperen bij het rennen. Langzamerhand, mijn zelfvertrouwen nam toe, dat van Beer en mijn vertrouwen in hem, bekroop mij iets fanatieks. Sprongen en paaltjes werden aangeschaft. Oefenen, oefenen. Paaltjes leer je niet een, twee, drie. Moeiteloos gaat het nu. Nog even, ik hoor het mezelf zeggen tegen Beer, en wij zijn klaar voor de competitie.

 

Halverwege de lente van dit jaar werd ik uit mijn dromen wakkergeschud. ‘Sinds wanneer lopen wij dwars door sprongen heen? Je doet net alsof je voor het eerst een parcours ziet.’ Vergis ik me nu, maar klonk het niet een beetje verwijtend? Heeft hij zijn poot verstuikt? Er was niets te zien. Toch maar een sportarts opgezocht. Op de tafel en binnen twee tellen stond Beer weer op de grond. ‘Patella luxatie, ik voel het direct,’ klonk de diagnose. ‘Aha, een losse knieschijf dus, die af en toe wegschiet. En behendigheid, wij kunnen toch nog wel behendigheid doen?’ ‘Geen enkel probleem, hij heeft er geen last van. Pijn doet het niet.’

 

Zo begonnen wij weer aan een nieuw seizoen. Bij Hans dit keer. Maandagavond. Wij rijden richting Amsterdam-Noord. Zoals gebruikelijk klinkt een opgewonden gepiep naast mij zodra ik de snelweg op ga. Beer weet het. Als wij later bij Elzenhagen uit de auto stappen is de opwinding op z’n hoogst. Nog even en hij kan weer racen en rennen. Een enthousiastere hond is er niet. ‘Sloper!’, roept Hans als er weer een lat afvliegt en ‘Netjes’ als het Beer lukt de latten onaangeroerd te laten. Trots als een pauw geef ik mijn kampioen een wel verdiende dikke knuffel.